17-11-09

De macht is in handen van een kleine elite


LucVervaetOp 10 augustus kreeg Luk Vervaet, leraar in een gevangenis te Brussel, toegangsverbod voor alle gevangenissen van het land. De officiële reden luidt : "veiligheidsredenen".

In werkelijkheid gaat het om zijn politieke opinies en om een nieuw geval van criminalisering van het militantisme. Het was precies tegen die criminalisering van elke vorm van radikale oppositie dat de leraar zich verzette als lid van CLEA en het Platform voor vrije meningsuiting.
CLEA lanceert dan ook een oproep om volgende petitie te ondertekenen.

•Integrale tekst van de petitie: (De Standaard, 6/10/2009 [Nederlandse versie]
•Eerste ondertekenaars: (De Standaard, 6/10/2009 [Lezen
•De Franstalige versie: [Lezen]
•L'appel du CLEA : [Lezen]
•Pourquoi le CLEA soutient Luk Vervaet : [Lezen]
•Een artikel in het Engels: [Lezen]
•Een artikel in het Duits: [Lezen]
•Boodschap van Lieven De Cauter, professor aan de KUL: [Lezen]


Berufsverbot

berufsverbot'Berufsverbot' is een juridische term, waarmee de Duitse wet aan iemand kan verbieden om een beroep uit te oefenenen.

In 1933 werd in Nazi-Duitsland het Berufsbeamtengesetz  reeds ingevoerd, waardoor Joden en politieke tegenstanders van de nationaalsocialisten werden uitgesloten van bepaalde beroepen.

De zogeheten Radikalenerlass van SPD-kanselier Wllly Brandt (1972) sloot 'extremisten' uit als ambtenaar.

In 1995 veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de Bondsrepubliek in een zaak van een ontslagen communistische onderwijzeres, Dorothea Vogt.

-------------

Ook in Nederland bestaat er een onuitgesproken beroepsverbod. Alle posten binnen de openbare besturen worden in beslag genomen door wat wat men het 'kruim van het volk' zou kunnen noemen. Een kleine elite van afgestudeerden die in allerlei partijbesturen en bedrijfsstructuren zetelen en die de politiek van Nederland bepalen.

De afgelopen jaren is regelmatig gepubliceerd over het kleine groepje mensen dat in Nederland de dienst uitmaakt. Voor alle min of meer politieke functies, van minister, via commissaris der koningin en topambtenaar tot burgemeester en wethouder, wordt door de landelijke partijen gevist uit een bar klein vijvertje met, nota bene, vrijwel allemaal vissen van dezelfde soort en met dezelfde maniertjes. Die ook nog eens bijna allemaal met hun neuzen in dezelfde richting zwemmen.

Om in het openbaar bestuur een serieuze carrière te kunnen maken zijn zij lid geworden van een van de gevestigde partijen. Dat zijn, samen met de daaraan verbonden vakbonden, de machtscentra in de Nederlandse politiek.

De partij met de meeste leden is het CDA: ruim 69 duizend. De PvdA heeft er ruim 59 duizend, de SP ruim 50 duizend, de VVD bijna 37 duizend, en zo verder. Het totale ledental van alle partijen in de Tweede Kamer is krap 310 duizend. Zo klein is dus het voornoemde vijvertje dus. Niet meer dan 6 keer een uitverkochte Arena of De Kuip, voor vrijwel álle openbaar-bestuursfuncties in Nederland.

Per jaar worden deze clubs met 15 miljoen euro gesubsidieerd. De partijen krijgen een vast basisbedrag met daar bovenop nog eens een bedrag per kamerzetel en een bedragje per lid. Ook is er geld voor de wetenschappelijke bureaus. Heel ruwweg berekend ontvangt een partij tussen de 40 en 60 euro voor elk lid.

Vijftien miljoen euro belastinggeld voor 9 politieke partijen (de PVV ontvangt niets), om te zorgen dat zij des te efficiënter kunnen vissen in die kweekvijvertjes van ze. Daaruit duiken dan niet zelden mensen op die het zonder de partijkruiwagens, op pure kwaliteit, bijvoorbeeld in het competitieve Engelse districtenstelsel, niet gered zouden hebben. Daar is zo’n omhooggevallen Vogelaartje onbestaanbaar. In dat verband valt natuurlijk ook te denken aan wereldvreemde regenten als Hirsch Ballin en Donner.

In weinig moderne democratische landen kan de burger zo weinig directe invloed uitoefenen op politieke benoemingen als in Nederland. Zelfs de burgemeesters en de premier kunnen hier niet gekozen worden. Dat is een zeldzame vertoning, én een uitkomst voor de politieke partijen met hun ‘vijvertjes’.

De zaken omdraaien dus. Wat een geweldige voordelen zou het hebben indien commissarissen der koningin, topambtenaren, burge-meesters, rechters, en ook ministers PARTIJLOOS zouden zijn. Bij hun aanstelling geldt dan als eis dat men GEEN lid is van enige politieke partij. Het zijn mensen die puur om zichzelf, om hun aantoonbare kwaliteiten uitgekozen worden. Het is niet moeilijk te bedenken wat een verbetering dat is!

Mocht u erg fronsen bij wat ik voorstel: het is diverse keren eerder vertoond, in varianten en met wisselende intenties. In 1972 bijvoorbeeld kwam in Duitsland onder bondskanselier Willy Brandt de “Radikalen-erlass” tot stand, een wet die bij openbare ambten een ‘berufsverbot’ inhield voor leden van links-radicale politieke partijen.

Tot slot nog een aardige. In juli 1933 vaardigde het kabinet-Colijn het zgn. ambtenarenverbod uit. Zij mochten van diverse politieke organisaties geen lid (meer) zijn. Zo was het voor defensiepersoneel verboden om lid te zijn van de SDAP, de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij. Op 28 december van datzelfde jaar verbood Colijn voor alle ambtenaren het lidmaatschap van de NSB van Mussert.  

 

Bron: Jelle L.S. Pijpers, 21.9.2008, Het Vrije Volk

http://www.hetvrijevolk.com/index.php?pagina=6997