07-05-13

Klachten Sexueel Misbruik Kinderen: Bureau Jeugdzorg

vandenBrink.familie.jpg

7.5.2013

De Nederlandse Rijksoverheid verwijst naar het Bureau jeugdzorg in geval van vermoedens van sexueel misbruik.
Maar in de zaak Van Den Brink werden de kinderen, zonder verder onderzoek in een instelling geplaatst nadat de ouders een klacht wegens een vermoedelijk sexueel misbruik indienden en er geneeskundige rapporten werden opgemaakt die deze vermoedens leken te bevestigen.

Er zijn talrijke vragen over de werking van de Hulplijn Seksueel Misbruik voor slachtoffers van seksueel misbruik die sinds 1 oktober 2012 werd ingesteld.

Ook over het Actieplan aanpak kindermishandeling 2012-2016 ‘Kinderen veilig’ dat volgde op het onderzoek van de Commissie-Samson naar seksueel misbruik van minderjarigen die in de jeugdzorg zijn geplaatst, bestaat er heel wat onduidelijkheid. Het Aktieplan is bedoeld om kindermishandeling te voorkomen, te signaleren, te stoppen en de schadelijke gevolgen ervan te beperken.

===

Bureau jeugdzorg

Als de laagdrempelige ondersteuningvan het CJG (gemeentelijk Centrum voor Jeugd en Gezin) niet voldoende is, kunnen ouders en jongeren via een CJG bij Bureau Jeugdzorg terecht. Medewerkers van Bureau Jeugdzorg hebben namelijk andere wettelijke bevoegdheden dan medewerkers van het CJG. De wettelijke taken van Bureau Jeugdzorg zijn:

indicatiestelling (passende hulp vinden voor kind of ouders);
uitvoering van de taken van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK);
uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen (voogdij, gezinsvoogdij);
jeugdreclassering.
Elke provincie heeft een Bureau Jeugdzorg; ook de stadsregio’s Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben ieder hun eigen Bureau Jeugdzorg.

Bureau Jeugdzorg valt onder het toezicht van de Inspectie Jeugdzorg en wordt grotendeels gefinancierd met overheidssubsidies.

Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
Bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) kan iedereen (vermoedens van) kindermishandeling melden. Elk Bureau Jeugdzorg beschikt over een AMK.

Onderzoek naar misbruik in jeugdzorg

De Commissie-Samson heeft onderzoek gedaan naar seksueel misbruik van minderjarigen die sinds 1945 in de jeugdzorg zijn geplaatst. Uit het eindrapport van de commissie blijkt dat kinderen in residentiële jeugdinstellingen 2 maal zo veel risico te lopen om slachtoffer te worden van seksueel misbruik als andere kinderen in Nederland.

De ministeries van Veiligheid & Justitie (V&J) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) – de opdrachtgevers van het onderzoek – zullen met snelle maatregelen en structurele oplossingen en verbeteringen komen. Een aantal stappen is al gezet:

Het Actieplan aanpak kindermishandeling 2012-2016 ‘Kinderen veilig’ is gericht op het voorkomen, signaleren, stoppen en beperken van de schadelijke gevolgen van kindermishandeling.
De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik zal de uitvoering van de acties uit het Actieplan Kinderen Veilig nauwlettend volgen en aanjagen. De taskforce zal ook de uitvoering van de aanbevelingen van de Commissie-Samson monitoren.
Sinds 1 oktober 2012 is er een Hulplijn Seksueel Misbruik voor slachtoffers van seksueel misbruik.

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdzorg/jeugdzorg-dichtbij-kind-organiseren

31-03-13

Worden de Nederlandse Klokkenluiders beschermd ?

Nederland.SP-Kamerlid Ronald van Raak.jpgDe Volkskrant van 14.5.2012 schreef dat er een 'Huis voor Klokkenluiders komt' en dat 'er in de wet is opgenomen dat er  onderzoek wordt gedaan naar de misstand, die zich niet alleen bij de overheid, maar ook in het bedrijfsleven kan voordoen.' 

Over enkele maanden viert de wet voor Klokkenluiders haar éénjarig bestaan. Het wordt dus langzaam tijd voor een evaluatie.

Hoe staat het thans met de bescherming van de Klokkenluider en in hoeverre wordt de wet daadwerkelijk toegepast ?

===

14.5.2012

'Klokkenluider krijgt bescherming van wet'

Er komt een 'Huis voor Klokkenluiders'. Werknemers die een maatschappelijke misstand melden, krijgen daar alle gewenste bescherming en ondersteuning op juridisch, financieel en psychologisch vlak. Een Kamermeerderheid staat welwillend tegenover het initiatiefwetsontwerp dat het Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP) vandaag indient...

Het Huis wordt ondergebracht bij de Nationale Ombudsman. In de wet is opgenomen dat er onderzoek wordt gedaan naar de misstand, die zich niet alleen bij de overheid, maar ook in het bedrijfsleven kan voordoen. Bijzonder is dat Pieter van Vollenhoven als voormalig voorzitter van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid heeft meegedacht over de wet.

'Voor gek verklaard'
Het Huis is volgens Van Raak nodig omdat 'nu nog te veel mensen thuis zitten die kennis hebben van maatschappelijke misstanden, maar het domweg niet durven te melden'. Hij beschrijft het lot dat een aantal klokkenluiders trof: 'Je wordt ontslagen, raakt je huis kwijt en wordt gek verklaard.' Volgens Van Raak staat minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken een stuk positiever tegenover deze wet dan haar voorganger Piet Hein Donner.

Van Raak vindt dat de huidige regelingen voor klokkenluiders niet volstaan. 'Vertrouwenspersonen die het verhaal van een klokkenluider te horen krijgen en doorbijten, worden onderwerp van discussie. Van problemen van klokkenluiders worden arbeidsconflicten gemaakt. Dat zijn het niet. Het zijn misstanden: ondeugdelijke mijnen op defensie, zoals Fred Spijkers heeft gemeld, fraude in de bouwwereld zoals Ad Bos heeft aanzwengeld, een onveilige situatie bij een kerncentrale die Paul Schaap aan de kaak heeft gesteld.'

Burgerplicht
Het is je burgerplicht om dit soort zaken in een democratie te melden, zegt Van Raak. 'Mensen die dat doen, moeten worden beschermd, maar dat gebeurt niet. Je eindigt in een caravan of je krijgt in het beste geval een zak zwijggeld mee, waardoor er niets wordt opgelost. Dat hoort niet in een democratie.'

Als iemand bij het Huis voor Klokkenluiders aanbelt, wordt zijn verhaal gewogen. Na zes weken wordt bepaald of het tot een onderzoek komt naar de misstand. De klokkenluider heeft ontslagbescherming. Mogelijk wordt hij aan een nieuwe baan geholpen. Van Raak: 'We moeten af van die doofpotcultuur. Een klokkenluider is geen querulant, maar iemand die handelt in het belang van de gemeenschap.'

Poldersamenleving
De oorzaak van de doofpotcultuur moet volgens Van Raak worden gezocht in onze poldersamenleving. 'We maken afspraken, maar als het dan misloopt, zijn we allemaal een beetje de schuld. Dat mechanisme leidt ertoe dat veel mensen er belang bij hebben dingen stil te houden. Maar met deze wet willen we geen schuldigen aanwijzen, maar problemen oplossen.'

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/de...

Foto: SP-Kamerlid Ronald van Raak, Politiek Café Zout

====

'klokkenluiders, integriteit en veiligheid':

http://www.integriteitoverheid.nl/fileadmin/BIOS/data/Publicaties/Downloads/06._Artikel_Openbaar_Bestuur_-_Gjalt_de_Graaf_-_klokkenluiders_integriteit_en_veiligheid.pdf

'Klokkenluiders weten Adviespunt Klokkenluiders te vinden':

http://www.bijzonderstrafrecht.nl/2013/klokkenluiders-weten-adviespunt-klokkenluiders-te-vinden/

Klokkenluiders - Externe links:

http://www.fnv.nl/themas/opdewerkplek/klokkenluiders-externe-links/

Beleidsmakers moeten meer openstaan voor burgers

Nederland.ministerraad.jpg

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid - Nieuwsbericht 22-5-2012

Betrokkenheid burgers bij samenleving vergt andere rol ambtenaren en politici

Beleidsmakers moeten meer openstaan voor burgers die zich inzetten voor de samenleving

Laat ze meer denken vanuit het perspectief van burgers en minder vanuit de bestuurlijke logica. Dit stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in zijn advies Vertrouwen in burgers. Veel meer dan wordt gedacht, zijn burgers bereid zich in te zetten voor de samenleving. De WRR trof een groot aantal vormen van burgerbetrokkenheid aan: van razendsnel georganiseerde ludieke acties tot nieuwe samenwerkingsvormen tussen burgers en professionals. Eén daarvan is het in 2002 opgerichte Publieksbureau van ADO Den Haag, waarin vertegenwoordigers van de club, supporters, politie en welzijnsorganisaties zitten. Het Publieksbureau is er in geslaagd een informele overlegstructuur te creëren, waardoor partijen die rondom wedstrijden voorheen vaak lijnrecht tegenover elkaar stonden, elkaar nu makkelijker kunnen vinden. Deze actieve betrokkenheid van burgers is onontbeerlijk voor een democratie die meegroeit met zijn tijd. 

Helaas blijven er veel kansen voor burgerbetrokkenheid liggen. De WRR maakt zich zorgen over de grote groepen burgers die het vertrouwen in de overheid en in hun eigen vermogen daar invloed op uit te kunnen oefenen dreigen te verliezen. Slechts kleine groepen burgers voelen zich aangesproken door de wijze waarop beleidsmakers hen pogen te betrekken. En beleidsmakers lijken op hun beurt weer weinig open te staan voor de nieuwe manieren waarop burgers hun betrokkenheid uiten. Steeds meer burgers nemen zelf het initiatief en omzeilen de gebruikelijke routes via politiek, belangenbehartigers en formele inspraakorganen die de beleidsmakers gewend zijn. Met als gevolg een steeds verdere verwijdering tussen burgers en beleidsmakers. 

De WRR doet vier aanbevelingen om hier verandering in te brengen: 

Creëer tegenspel: 

Beleidsmakers moeten niet bang zijn voor tegenspel. Het houdt hen scherp en geeft hun de mogelijkheid om de creativiteit en het oplossingsvermogen van de samenleving aan te boren. Een absolute voorwaarde voor tegenspel is goede informatie van beide kanten. 

Versterk alledaagse invloed: 

Burgers voelen zich betrokken bij hun leefomgeving, die zich niet beperkt tot hun fysieke woonomgeving maar via virtuele verbindingen steeds 'groter' wordt. Overheden laten kansen liggen door te eenzijdig het vizier te richten op participatie op buurtniveau.

Stimuleer maatschappelijk verkeer: 

Niet iedereen is gewend of instaat zelfstandig vorm te geven aan zijn betrokkenheid. Soms is gerichte inzet nodig van professionele frontlijnwerkers (agenten, welzijnswerkers, buurtconciërges) en goed toegeruste vrijwilligers. Zij kunnen fungeren als verbinders tussen burgers en overheden.

Bouw steunpilaren: 

De manieren waarop burgers beleidsmakers proberen te beïnvloeden, zijn toegenomen. Traditionele belangenbehartigers (zoals politieke partijen, maatschappelijke instellingen, vakbonden en ngo's) blijven belangrijk, maar zullen zich meer moeten instellen op een wisselende achterban. Daarnaast moeten beleidsmakers ruimte bieden voor nieuwe vormen van belangenbehartiging, via nieuwe ngo's, maatschappelijk ondernemen en nieuwe verbanden van burgers. 

Vertrouwen in burgers

De kern van succesvolle participatie van burgers ligt in vertrouwen, zowel van beleidsmakers in burgers als van burgers in beleidsmakers. Een behoorlijke dosis vertrouwen is essentieel voor de representatieve democratie en onderlinge betrokkenheid, een gepaste dosis wantrouwen is noodzakelijk voor corrigerende tegenmacht en maatschappelijke vernieuwing.

WRR raadslid prof.dr. Pieter Winsemius zal het rapport Vertrouwen in burgers op 22 mei overhandigen aan minister-president drs. Mark Rutte in het Kyocera Stadion van ADO Den Haag. 

====

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de Nederlandse regering. De WRR geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over onderwerpen vanuit een langetermijnperspectief. Deze onderwerpen zijn sectoroverstijgend en hebben betrekking op maatschappelijke vraagstukken waarmee de regering in de toekomst te maken kan krijgen. De WRR-adviezen krijgen hun weerslag in openbare rapporten, die zowel een probleemstellend als adviserend karakter kunnen hebben.

Het WRR-rapport nr. 88 Vertrouwen in burgers is te downloaden via www.wrr.nl. Vanaf 1 juni a.s. is het verkrijgbaar in de boekhandel en bij Amsterdam University Press (www.aup.nl) ISBN 978 90 8964 4046. 

Meer informatie bij: Mirjan van Leijenhorst, tel. 06-18596790 / 070-3564619, leijenhorst(at)wrr.nl

http://www.wrr.nl/actueel/nieuwsbericht/article/wrr-rapport-88-vertrouwen-in-burgers/

16-03-13

Politiek debat Nederland: Demi en Nirvana van den Brink

Image
 
Beste X,
 
Ik wens toch enkele randopmerkingen te maken bij je antwoord.
 
Het was niet mijn bedoeling om 'allerlei informatie opvragen zonder de toestemming van Ben en Leonie'.
Dat vind ik nogal beschuldigend gesteld.
 
Zoals ik de heer Kempenaar, teamleider van de Raad voor de Kinderbescherming te Alkmaar, mededeelde, was zijn email van 15 maart 2013, gericht aan 'Geachte heren', helaas geen antwoord op mijn brief van 3 maart 2013 aan de Inspectie Jeugdzorg te Utrecht waarvan ik hem nogmaals een kopie zond.
 
Ik wil er ook nog aan toevoegen dat ik door Ben van den Brink gecontacteerd ben geweest en dat ik met mijn schrijven aan de Inspectie Jeugdzorg te Utrecht, wat meer klaarheid hoopte te krijgen in zijn zaak.  Daar is dus niets verkeerd aan.
 
Het is alleen jammer dat er niet meer burgers zijn die zich openlijk vragen stellen over een zaak die niet alleen Ben en Leonie aanbelangt maar die in het belang is van alle ouders die om de één of andere reden hun kind(eren) niet meer mogen zien, wat een echte psychische en emotionele foltering kan zijn.
Vandaar ook dat ik VVD-kamerlid Beckers terzake heb geschreven alhoewel dit misschien niet metéén de meest aangewezen politicus in dergelijke zaken is.
 
Het zou onjuist zijn om deze zaak enkel tot een 'individuele' en een 'juridische kwestie' te herleiden.
 
Je hebt gelijk door naar schriftelijke bewijzen te vragen inzake het vermeende sexuele misbruik van de kinderen Demi en Nirvana van den Brink die blijkbaar allebei de naam van hun vader dragen. Maar je vraag om 'te bewijzen dat het niet de eigen ouders zijn geweest',  komt een beetje vreemd over.
 
Je hebt ook gelijk door te stellen dat Leonie het rapport inzake de traumatisering van de kinderen, waarvan sprake in het vonnis, moet opvragen.
 
Ik lees dat men op 19-10-2011 het ouderlijke gezag aan Leonie ontnomen heeft en dat de uithuisplaatsing in 2009 'daarom rechtmatig lijkt'.  
Het valt mij op dat er eerst tot een uithuisplaatsing van de kinderen werd beslist en dat men pas nadien het ouderlijke gezag aan Leonie heeft ontnomen.
 
Je schrijft dat Ben 'nimmer ouderlijk gezag heeft gehad' en je voegt eraan toe: 'Strikt gezien is dit de schuld van Ben en ook van mijzelf'.
Je schrijft verder dat Ben, na de geboorte, gedeeld ouderlijk gezag had kunnen aanvragen maar dat hij dat vergeten is of niet gedaan heeft.
Daar wist ik niets van. Je bent dus op de één of de andere manier ook zelf betrokken partij in deze zaak ?
 
Je voorstel om een nieuwe rechtszaak aan te spannen waarin Ben verzoekt om een wijziging van het gezag op basis van nieuwe feiten en omstandigheden aan te vragen bij de rechtbank, en bepaalde wettelijke regels te volgen, lijkt mij aannemelijk.
 
Je zegt dat je enkel via de legale structuren strijdt en dat ons 'democratisch systeem' helaas via wetswijzigingen werkt.
Hopelijk is dat geen oproep om geen aktie meer te voeren indien ons 'democratisch systeem' op belangrijke punten in gebreke zou blijven. 
 
Wat het aktievoeren betreft: De Vlaamse Groenen organiseerden, voor dat ze als politieke partij miljoenensubsidies ontvingen van de Belgische Staat, regelmatig aktie om politieke druk op de regering uit te oefenenen en bepaalde wetswijzigingen tot stand te brengen. Akties waren toen nog legaal in die tijd.
 
Tot zover mijn standpunt en dat van de vzw Werkgroep Morkhoven terzake.
 
Jan Boeykens
Faiderstraat 10
1060 Sint-Gillis (België)
voorzitter vzw Werkgroep Morkhoven